Artikelen
  Columns  
Algemeen:
Startpagina
Contact
C.V.

Jan en Sanne Terlouw: Samen schrijven inspireert

Jan en Sanne Terlouw. Hun samenwerking laat zich vergelijken met een muziekstuk. Als solist beheersen ze hun instrument tot in de puntjes, maar zodra ze samen spelen ontstaan er onvermoede composities. Vaak in een meeslepend allegro met moord als vast contrapunt. “Maar, het gaat ons nooit om de hoeveelheid bloed aan de paal, wel om de menselijke verhoudingen”, vinden vader en dochter. Verslag van een bijzonder schrijversduet in vier delen.

Prelude: samen schrijven

Sanne: “Midden jaren tachtig hebben we het idee opgevat om eens samen te gaan schrijven. We hadden plannen gemaakt voor een jeugddetective. Maar dat kwam niet van de grond. Mijn vader en moeder woonden in Parijs, internet kenden we nog niet. We stuurden elkaar handgeschreven of getypte hoofdstukken toe. Soms duurde het weken voordat je weer verder kon. Vonden we natuurlijk veel te traag. Uiteindelijk heb ik ‘Het raadsel van de familie Liezekies’ zelf afgeschreven en gepubliceerd.”

Jan: “Toen Sanne enkele jaren geleden de Libelle Romanprijs won, kwam ons voornemen weer aan de oppervlakte. We hebben het toen vrijblijvend opgepakt, een beetje als hobby. Waarom thrillers? Dit genre heeft een duidelijke structuur. Je hebt een moord en je werkt naar een oplossing toe. Zonder dat stramien zou je met z’n tweeën alle kanten opgaan.”

Sanne: “Onze samenwerking verloopt heel natuurlijk. Allereerst bedenken we een plot. Een slachtoffer, een dader. Dat is het geraamte. Daarna gaan we elk onze eigen weg. Eén van ons begint met schrijven en stuurt zijn deel per e-mail naar de ander. Die maakt hierop het vervolg. Dit inspireert enorm. Het is altijd een enorme verrassing waarmee mijn vader komt.”

Jan: “Het aardige is dat je elkaar altijd weer nieuwe mogelijkheden en aanknopingspunten geeft. Het komt nooit voor dat Sanne iets schrijft waarmee ik niet uit de voeten kan. Wat de ander heeft geschreven is de nieuwe werkelijkheid, net als in het echte leven. Op basis daarvan bouwen we verder. Mocht ik me echt geen raad weten met één van de personages die Sanne opvoert, dan kan ik hem altijd nog door een auto laten overrijden (lachend).”

Ouverture: de kracht van verhalen

Verhalen. Beiden zijn er dol op. Toen de kinderen nog klein waren, vertelde Jan Terlouw na het avondeten een verhaal. Elke dag één, vaak ter plekke verzonnen. “Want”, vindt Terlouw: “Verhalen zijn prachtige vehikels. Je kunt een kind iets verbieden, maar vaak komt dit niet aan. Juist als je de boodschap in een vertelling verpakt, nemen kinderen het veel sneller mee.”

Jan: “De liefde voor het vertellen heb ik van mijn vader. Hij was dominee en een begaafd spreker. Hij kon prachtig verslag doen van zijn belevenissen. Wanneer hij thuiskwam van een begrafenis bijvoorbeeld, dan zat ik als kleine jongen al klaar. ‘Oom Gerrit legde z’n hand op de kist’, was dan zo’n openingszin waarmee hij je meteen pakte. Niet alleen thuis, ook op boerenbruiloften sprak hij formidabel. Vijf steekwoorden, en dan alleen maar welluidende volzinnen. Op een ‘euh’ heb ik hem nooit kunnen betrappen.”

Sanne: “Dat herken ik ook in mijn vader. Hij is een rasverteller, heeft een aangeboren gevoel voor ritme en logica. Legendes, oorlogsverhalen; hij heeft er honderden verteld, maar ik vind ze allemaal even mooi. Hij voelt feilloos aan in welk deel van het verhaal hij zich bevindt, wanneer er een wending nodig is.”

Jan: “Je moet het luisterproces niet vergeten. Als kinderen waren jullie belangrijke tegenspelers. Aan jullie gezichtjes las ik feilloos af of een verhaallijn interessant was, of je er in mee kon gaan. Gaandeweg werden jullie meer ervaren. Voor mij was dat een extra uitdaging. Ik wilde natuurlijk niet dat ik de clou halverwege het verhaal zou verraden. Soms bedacht ik de verhalen al, als ik in de auto op weg naar huis was.”

Sanne: “Toen hij door zijn werk in Den Haag minder thuis was, heb ik zijn verhalen ontzettend gemist. Bij mijn eigen kinderen heb ik die traditie helaas niet kunnen volhouden. We leven met een andere tijdsgeest. Televisie, computergames, gsm; kinderen van nu hebben veel meer afleiding. Dat is geen verwijt, speelfilms kunnen ook prachtig zijn. Alhoewel ik wel denk dat verhalen de fantasie meer prikkelen.”

Intermezzo: de Vuurtoren

Vader en dochter Terlouw laten de hoofdpersonen en de verhaallijnen van de Vuurtoren nog eens de revue passeren. Omdat deel zes al in de maak is, is deel vijf op de achtergrond geraakt. Uit de coulissen van het geheugen, komen de ingrediënten voor het voetlicht. “Niet alles opschrijven hoor, ik ben bang dat u veel te veel gaat verklappen”, instrueert Jan.

Sanne: “Alhoewel er flink wat wordt afgemoord in dit boek, gaat de Vuurtoren veel meer dan onze eerdere boeken over de liefde en de relatie tussen mensen. Het klinkt na vier moorden in één verhaal wat tegenstrijdig, maar het gaat ons niet om de moord zelf, maar om de mensen daarachter, hun emoties en hun verleden.”

Jan: “Belangrijk in de Vuurtoren is dat de relatie tussen vader Job en dochter Leonie in een andere fase terechtkomt. We vonden het hoog tijd dat Leonie eindelijk haar eigen leven ging oppakken, dat ze bij haar vader wegging. Wanneer ze samen met haar kersverse echtgenoot Lars naar de Verenigde Staten vertrekt, is dit voor Job even slikken. Maar als Lars spoorloos verdwijnt, hebben vader en dochter elkaar harder nodig dan ooit.”

Sanne: “Overigens is het vertrek van Leonie niet het enige dat we vooraf hadden afgesproken. We wilden per se schrijven over zonne-energie en duurzame technologieën. Als wis- en natuurkundige een kolfje naar de hand van mijn vader.”

Jan: “Daarnaast zit er nog een bijzonder plaats delict in het verhaal. De dochter van Sanne woonde in studentenhuis ‘De Massegast’ in Utrecht. De dames lazen onze boeken altijd met grote interesse. Of hun meidenhuis niet eens als decor in onze boeken kon dienen? Dit verzoek hebben we in dit boek gehonoreerd. Sanne en ik zijn zelfs nog op locatieonderzoek geweest. Dat vonden de dames helemaal fantastisch.”

Finale: elkaar versterken

Sanne: “Weet je wat de meest gestelde vraag aan ons is? Of wij nu nooit eens hooglopende ruzie krijgen door dat samen schrijven. Het antwoord is nee. Ruzie hebben we nog nooit gehad, zolang we elkaar kennen. Ja, we discussiëren, zijn het wel eens niet met elkaar eens. Maar als je dit met elkaar bespreekt, kom je wel tot een oplossing. Ruzie heeft iets destructiefs, daar schrijf je geen boeken mee.”

Jan: “We vullen we elkaar enorm aan. Ik schrijf heel haastig, diep niet meteen alles uit, wil mijn ideeënstroom tijdens het schrijven niet onderbreken. Sanne is studieuzer. Zij zoekt alles tot in de puntjes uit. Komt er een Japans Samoeraizwaard in het verhaal voor, dan is het Sanne die alles over deze zwaarden te weten komt.”

Sanne: “Mijn vader heeft daarentegen altijd een oplossing in huis. In welke intrige hij ook verzeild raakt, hij ziet mogelijkheden om dit op een logische manier aan elkaar te breien. Hiermee kan hij het verhaal vooruit stuwen. Dat geeft mij de kracht om door te schrijven. Ik kan dat steuntje in de rug goed gebruiken.”

Jan: “We weten achteraf soms ook niet meer wie welk deel heeft geschreven. Dat is bijna niet meer na te gaan. We corrigeren elkaars bijdragen en vullen elkaar aan. Ook mijn vrouw Alexandra heeft een voorname rol. Zij doet de eindredactie, wijst feilloos op de losse eindjes die we aan elkaar moeten knopen. Daar is ze een kei in. Je kunt rustig stellen dat elk boek een ‘Terlouw-soep’ is geworden. Maar, misschien moet je dat laatste maar niet opschrijven. Soep is een beetje een rare vergelijking voor een boek, nietwaar? Houd het maar op een mix van de juiste elementen om tot een goede harmonie te komen.




'In niemandsland is het de liefde die overwint'
Geboeid door het verleden