|
Nostalgie. Voor de één een heerlijke herinnering op een druilerige zondagmiddag. Goed voor een glimlach, misschien een vleugje melancholie. Voor de ander is het een dwangbuis. Een pijnlijk verlangen naar wat is geweest. Samen met schrijfster Nelleke Noordervliet ontrafelde Perspectief de knoop die ons heden soms zo met het verleden verwart.
Niemand weet het, heeft het ooit geweten. Maar jarenlang heb ik het gedaan. Noem het een reis terug in de tijd, ‘une route d’sentiment’. Elke maand, iedere week keerde ik terug naar het dorp waar ik geboren ben. Het ligt op een uurtje fietsen van de stad waar ik nu woon. Wat ik daar deed? Ik beging de wegen waar ik als kleine jongen ooit liep, bezocht de huizen waar ik woonde. Stilde mijn honger naar de geur van verse koeienmest, het bos in bloei. Nam een kijkje bij m’n oude school, de plek van mijn eerste zoen.
Toegegeven, mijn gang naar het verleden werd dwangmatig. Ik luisterde alleen nog maar naar muziek van toen, voelde heimwee bij vergeelde klassenfoto’s, speurde het internet af naar vrienden en verloren jeugdliefdes. Een obsessie die gaandeweg een stille marteling werd. Want hoe vaak ik ook terug ging, ik vond nooit wat ik zocht. Het werden kringetjes; de weg van verleden naar heden viel me iedere keer zwaarder. En eenmaal in het nu was de drang om terug te keren groter dan ooit.
Van Polygoon tot postelein Schijnbaar ben ik niet de enige. Sterker nog. De hang aan het verleden lijkt van deze tijd. Op tv worden oude Polygoon-journaals integraal uitgezonden, sinds kort zijn we een heus NostalgieNet rijker. Neem de boekhandels: ‘Het boerenleven in de jaren vijftig’, ‘huishouden in grootmoeders tijd’, ‘jong in de jaren veertig’; de fotoboeken met terugblikken staan prominent in de schappen. Het verleden tekent zich af in de huizen die we bouwen. Waar eind jaren negentig ‘historiserend bouwen’ een promiscue gedachte was onder architecten, is de jaren dertig woning helemaal in. In een Vinex-wijk bij Amersfoort verrijzen eengezinswoningen in de vorm van 17de eeuwse pakhuizen. Zelfs op ons bord lijken we vroeger niet te willen vergeten. Postelein, pastinaak of schorseneer; de groenten van toen maken hun comeback in de supermarktschappen.
Maar waarom? Wie kan ons helpen om deze ontwikkeling te duiden? Schrijfster Nelleke Noordervliet misschien. Het verleden voert als een rode draad door haar imposante oeuvre. Niet alleen in de historische romans die ze schreef. Ook in haar verhalen die zich in het nu afspelen werpt het verleden van de hoofdpersonen een schaduw over het heden. En vaak de worsteling om in het reine te komen met het verleden. In ‘Altijd Roomboter’ ging ze een stapje verder. Ze reconstrueerde hierin het leven van haar overgrootmoeder: “Maar dat was pure nieuwsgierigheid. Freud leefde in de zelfde tijd als zij. Gek genoeg wist ik meer van hem, dan van mijn eigen overgrootmoeder. Ik wilde weten hoe zij heeft geleefd.”
Nostalgie is niet onschuldig Met het verleden kwam ook de nostalgie. In een aantal essays en columns schreef Noordervliet over die wonderlijke band die wij met ons verleden hebben. Het verlangen naar toen, de onmacht om in het heden te leven. “Nostalgie is minder onschuldig dan wij denken”, betoogt ze in haar woning aan één van de oudste grachten van Amsterdam. Terwijl ze in het souterrain een mandarijntje pelt, citeert ze de Britse historicus Tony Judt: ‘Nostalgie is belangstelling voor het verleden uit angst om ervan gescheiden te raken, niet omdat je ermee verbonden bent.”
Ze legt het uit. “Nostalgie ontstaat vaak uit angst. Angst voor de toekomst, angst voor vernieuwing. Kijk naar onze tijd. Alles verandert in hoog tempo. Vroeger woonden we een levenlang in hetzelfde dorp. We gingen naar dezelfde kerk, deelden dezelfde tradities. Dat was veilig. Door ons werk, de infrastructuur, de welvaart zijn we mobieler dan ooit. Gevolg is dat oude structuren verbleken en dat mensen hun houvast verliezen. De toekomst is onzekerder dan ooit. Dit maakt onzeker en bang.”
Vluchten of vechten? Bij dreigend gevaar kun je twee dingen doen: vluchten of vechten. Noordervliet: “Nostalgie is een ontsnapping aan het heden. Een vlucht naar een tijd waarin je nog wel zekerheden had. Een belangrijk kenmerk van nostalgie is dat je dit verleden gaat idealiseren. De negatieve kanten zwak je af en er ontstaat een beeld dat niet meer strookt met hoe het werkelijk was.” Ze geeft een voorbeeld: “Je hoort zoveel mensen over de goede jaren vijftig. Waar gemeenschapszin was, oprechte betrokkenheid. Je zei elkaar nog gedag op straat. Natuurlijk klopt het dat het leven in die tijd nauw verweven was met overzichtelijke maatschappelijke en sociale patronen. Maar was dat per definitie beter? Het was ook een tijd van sociale controle, kneuterigheid, beperkte mogelijkheden. Doordat we die kanten dreigen te vergeten, ontstaat het gevaar dat we juist dezelfde fouten weer gaan maken.”
Waarom komt die drang naar het verleden in deze tijd aan de oppervlakte? Noordervliet: “Nostalgie is er natuurlijk altijd geweest. Maar je kunt vandaag de dag zelfs stellen dat geschiedenis helemaal hip is. Zelf denk ik we met z’n allen erg onzeker zijn over onze toekomst. De val van de muur in ’89 gaf veel mensen nog hoop. We dachten aan de dageraad van een nieuw tijdperk te staan. Eén zonder angst voor het communisme, met vrede, welvaart. Nu blijkt dat die hoop ongegrond is geweest. Het ‘Rode gevaar’ is ingewisseld voor de angst van het terrorisme. Oorlogen zijn gebleven en ook de economie en onze welvaart bleek geen zekerheid.”
Aan vaders armen Ze diept een prachtige persoonlijke herinnering op. Als klein meisje aan de arm van haar vader schaatsend over de Bergse plas bij Rotterdam. “De wind door m’n haren. Mijn hand in de zijne. Die sterke knuisten die me over de scheuren heen tilden. Zo puur, zo vertrouwd. Natuurlijk denk ik hier niet met droge ogen aan terug. Zeg nu zelf, het is heerlijk om een bezoekje aan het verleden te brengen, om weer even in je vaders armen te zijn. Nu ik ouder word, bespeur ik bij mezelf dat die drang om het verleden te duiden sterker is. Ik besef tegelijkertijd dat het goed is zoals het is geweest. En dat de tijd die achter me ligt niet per definitie beter is dan het nu.” Dat is het sluimerende gevaar van nostalgie. Noordervliet: “Door krampachtig aan het verleden vast te houden, verlies je de greep op het heden.” Ze haalt de kerstrede van Koningin Beatrix aan. “Ik vond het zo jammer dat ze hierin de nieuwe media en nieuwe manieren van communiceren veroordeelde. Natuurlijk zijn deze vormen van contact anders dan vroeger. Maar je hoeft er niet bang voor te zijn. Internet en e-mail hebben veel zieke en eenzame mensen uit het isolement gehaald. Dankzij internet zijn er contacten gelegd die we al keuvelend in voortuin of buurthuis niet hadden kunnen maken.”
Hier ligt de crux. Noordervliet: “Heb niet de angst dat je gescheiden raakt van het verleden, maar voel je er verbonden mee. Zie het als een rugzakje dat je een levenlang bij je draagt, waaruit je put als je voor nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen komt te staan. Het verleden moet je handelen in het heden niet belemmeren, maar juist verdiepen en verrijken. Het is makkelijk om te zeggen dat vroeger alles beter was, dat het je toen zo en zo oploste. Maar het is juist de uitdaging om er nú iets van te maken. Het is zo zonde om met je rug naar de toekomst te staan. Dat je, als je nog weinig toekomst rest, erachter komt dat je al die tijd in het verleden hebt geleefd.”
Terug naar mijn eigen dwangbuis. Of ik die heb afgeworpen? Ja. Er kwam een liefde in mijn leven, we kregen een kind. Langzaam groeide het besef dat de tijd geen terugkeergarantie geeft. Dat ik mijn herinneringen mag koesteren, maar dat het ware leven zich in heden bevindt. Dat ik ervoor moet waken dat mijn toekomst niet braak blijft door het verleden te blijven bezoeken. Dat je nieuwe herinneringen en ervaringen alleen vandaag kunt bouwen. In het hier én het nu.
|
 |

|
|